2002
Terug naar index verschenen nummers
Mei 2002
- Van de Voorzitter Carolien Eijkelboom 3
- Van de Redactie Robert Blackstone 3
- Verslag van de studiedag over François Couperin op zat. 9 maart Willemien de Haan 4
- Ons Clavecimbelrepertoire Henk van Zonneveld 5
- De Hamburg excursie 11 mei 2002 Robert Blackstone 6
- Gerard Dekker, toonaangevend in theorie en praktijk Kya Hengstmangers 9
- Walter Vermeulen 25 jaar actief op clavecimbelgebied Robert Blackstone 12
- De lezersenquête 15
- Muziekbijlage: "Mr. James Harding's Galliard", Uitgave en toelichting Pieter Dirksen 18
- "De Bron" III Thérèse de Goede 22
- Antoinette Vischer en haar collectie Anne Faulborn 30
- Nog een keer William Byrd..., CD-bespreking Paul Weeren 34
- Nieuwe muziekuitgaven Meindert de Heer 35
- Kleine advertenties
- De Concertagenda 38
- Uitgaven voor Clavecimbel, Clavichord en andere toetsinstrumenten
- Uitneembare muziekbijlagen: Mr. James [Harding] his Galiard" [set by John Bull?]
November 2002
- Viervoet instrumenten, door Carolien Eijkelboom (2002/2 p 8) In dit artikel breekt Carolien Eijkelboom een lans voor deze "viervoeters", de meest bescheiden instrumenten uit de clavecimbelfamilie, bescheiden niet alleen qua toonomvang, dispositie, maar ook qua volume en gewicht. Door dat laatste hebben ze mogelijk een welkome rol kunnen spelen in het muzikale buitenleven, zoals we dat soms op oude schilderijen en prenten kunnen zien.
- Het Clavecytherium, door Tilman Gey (2002/2 p 11) Tilman Gey geeft in dit artikel een aanschouwelijke beschrijving van het clavecitherium met nadruk op de vroegste instrumenten. Wat hij hierover in de literatuur heeft gevonden heeft bij hem het vermoeden gewekt dat het clavecitherium, het rechtopstaande clavecimbel, wel eens de vroegste uitvoeringsvorm van het clavecimbel geweest zou kunnen zijn.
- Het Claviorganum, door Henk van Zonneveld (2002/2 p 21) Das Claviorganum, door Matthias Griewisch Twee elkaar goed aanvullende artikelen over het oudste type combinatieinstrument met clavecimbel. Henk van Zonneveld geeft een korte algemene beschrijving van het clavi-organum, geeft een aantal voorbeelden van bewaard gebleven en afgebeelde instrumenten en illustreert aan de hand van krantenadvertenties dat het (tussen 1666 en 1805) dat het redelijk populair moet zijn geweest. Hij wijdt een paragraaf aan de plaats van het claviorganum in het muziekleven en geeft enkele voorbeelden van hedendaagse claviorgana. De clavecimbelbouwer Matthias Griewisch belicht enkele andere aspecten van de geschiedenis van het claviorganum en gaat in op de specifieke problemen die de combinatie van orgel en clavecimbel in één kast met zich meebrengt.
- Johann Sebastian Bach en het Luitclavecimbel, door Pieter Dirksen (2002/2 p 29) Hoewel het al vroeg duidelijk moet zijn geweest was dat voor het clavecimbel metalen snaren het meest geschikt zijn hebben velen zich erop toegelegd speciale clavecimbels voor darmsnaren te bouwen, de luitclavecimbels. Ook Johann Sebastian Bach moet in de loop van zijn leven verschillende luitclavecimbels hebben bezeten. Pieter Dirksen gaat in op de composities die Bach voor luitclavecimbel speciaal heeft geschreven of bewerkt.
- Het Geigenwerck, door Fons van der Linden (2002/2 p 34) Aan de hand van de Truchado in het Brusselse Muziekinstrumentenmuseum gaat Fons van der Linden nader in op de historie van het gestreken toets-snaarinstrument, in de Duitse literatuur aangeduid als Geigenwerck. De vroegste aanwijzingen zijn al te vinden in technische schetsen van Leonardo da Vinci. Maar ook tenminste één hedendaagse bouwer heeft zich aan dit type gewaagd.
- Het reisclavecimbel van Jean Marius, door Siebe Henstra (2002/2 p 38) Het is het lot van de hedendaagse clavecinist dat hij zijn redelijk volumineuze en zware instrument bijna altijd zelf moet meenemen als hij op concerttournee gaat. Maar misschien gaat het tegenwoordig met kleine bestelbusjes toch nog wel iets makkelijker dan in vroeger eeuwen. Eén oplossing voor het transportprobleem is begin 18de eeuw gevonden in het opvouwbare clavecimbel, le clavecin brisé. De bekendste bouwer hiervan is Jean Marius maar ook ander bouwers hebben opvouwbare clavecimbels bedacht en gebouwd. Een overzicht.
- Klavieren met extra toetsen, door Robert Blackstone (2002/2 p 40) Het gros van de klavierspelers is zo gewend aan hun normale klavier met 12 toetsen per octaaf, en met de gelijkzwevende temperatuur, dat een verlangen naar extra toetsen niet in hen opkomt. Maar in de tijd dat de 1/4de komma middentoonstemming de meest gebruikte temperatuur was lag dat anders. Het ontbreken van een aantal tonen, bijvoorbeeld d# en ab, legde aan componisten echte beperkingen op in het gebruik van chromatiek, en aan musici in het transponeren. Om deze te overwinnen is met name rond 1600 in Italië een aantal clavecimbels gebouwd met extra toetsen, in de meeste gevallen met per octaaf 2 gesplitste boventoetsen, maar ook uitgebreidere instrumenten hebben bestaan. Een overzicht.
- Late ontwikkelingen, door Johan Hofmann(2002/2 p 49) In dit artikel stipt Johan Hofmann een aantal ontwikkelingen aan, onder meer het peau de buffle register, pedalen voor registerwisseling en de "Venetian swell", uit de tijd dat de grootste bloei van het clavecimbel voorbij was en het instrument de concurrentiestrijd met de in vele opzichten expressievere fortepiano begon te verliezen.
